Workshop Constructieve journalistiek o.l.v. Véronique Roeg (eindredacteur Omroep Zeeland). Sprekers: Brian van der Bol en Anniek Enthoven (Omroep West), Karel Smouter en Liesbeth Hermans (beiden verbonden aan opleiding Journalistiek Windesheim). 

Is constructieve een nieuwe hype, een goed nieuwsshow of is het meer dan dat? Karel Smouter claimt als eerste begin 2014 de #ConstructiveJournalism geïntroduceerd te hebben onafhankelijk van de Deense journalist Cathrine Gyldensted (zie hier verslag Roosdagen 2015). In een open brief in Villa Media reageerde Smouter op een kritische noot van Allard Berends (Omroep Flevoland) die met een verwijzing naar de Code van Bordeaux ‘niet geloofd in journalistiek die oplossingen aandraagt’. Smouter beweert in zijn brief dat constructieve journalistiek ‘de manier is om het verloren contact met het publiek te herstellen.’ 

Hoe kwam Karel Smouter op het begrip ‘constructive journalism’ (afgekort CoJo)? 
Als onderzoeksjournalist van de Correspondent maakte hij in 2014 een serie over de Dienst Terugkeer en Vertrek. Toen ik opzoek was naar een manier om dat verhaal te vertellen kwam ik bij gebrek aan een betere term op het woord constructive journalism. De Deense Cathrine Gyldensted heeft als eerste een boek hierover geschreven From Mirrors to Movers (2015). Daarin bespreekt ze verschillende experimenten onder meer in Zweden en de BBC. In 2016 is het eerste internationale congres hierover gehouden in Zwolle Windesheim. Wat begon in de marge wordt nu door allerlei media omarmd, zoals de Guardian op de site The Upside. Het blijkt volgens de Guardian dat die artikelen beter gelezen en ook uitgelezen worden dan gemiddeld (11% meer aldus Smouter). Brandpunt is met Brandpunt Plus begonnen op Facebook en heeft van dit ‘bijproduct’ de hoofdrubriek gemaakt. 
In Windesheim is een methode ontwikkeld die een soort standaard wordt voor constructieve journalistiek. Op de site Constructieve Journalistiek van Windesheim is een wedstrijd georganiseerd: welke mediaorganisatie heeft het best de gemeenteraadsverkiezingen verslagen? Media konden zichzelf aanmelden. Omroep Gelderland is daar met Regio 8 en het Graafschap College uit Doetinchem uitgekomen als winnaar. 
Er is ook kritiek, zoals Allard Berends in VillaMedia. Smouter meent dat het nodig is om de journalistiek te vernieuwen, niet met gadgets maar in de kern. Wat doe je als journalist? Smouter brengt drie definities van constructieve journalistiek naar voren. 
De ‘wetenschappelijke definitie’ luidt: ‘Constructieve journalistiek is oplossingsgerichte, toekomstgerichte en handelingsgerichte journalistiek die ernaar streeft het hele verhaal te vertellen. Doel is: het herstellen van de vertrouwensrelatie tussen publiek en journalist.’
In een crowdfunding-videofilmpje van Jodie Jackson (master positive psychology) van haar boek You are what you read (naar een quote van Oscar Wilde) wordt volgens Smouter het beste verwoord wat constructieve journalistiek is. Daarin stelt ze onder meer: ‘Far from being only about positive news stories, constructive journalism aims to present the full picture of a situation without packaging stories to fit the 'if it bleeds it leads' approach.’ 
De derde definitie die Smouter geeft is de ‘houvast-methode’. Waar herken je constructieve journalisten aan? Het is ‘hoopvol, opbouwend, uitdagend, verhelderend, activerend, samenwerkend en transparant.’
 
 
 
Het is niet een goednieuwsshow. Er zijn nogal wat misverstanden. Ik wil een positieve benadering eraan geven. Waar het om gaat is het hele verhaal te vertellen in plaats van één kant. Een tweede kritiekpunt dat je vaak hoort is: het is niet de taak van journalisten om oplossingen aan te dragen. Nee, zegt Smouter dat is ook niet de taak, journalisten zijn geen politici. Maar wel een taak is om ernaar te vragen. Door ‘hier-daar’-vergelijkingen of ‘toen-nu’-vergelijkingen te maken. Het is ook geen parade van helden, zoals verhalen over iemand die vanuit een benarde positie omhoog werkt. Niemand is alleen maar held of slachtoffer. Die bestaan alleen in sprookjes. Het is ook geen ideologie, maar een toolkit. Het is een extra laagje over de gewone journalistiek. Constructieve journalistiek is niet onkritisch, maar constructief kritisch. Smouter haalt het voorbeeld aan van zijn serie over de Dienst Terugkeer en Vertrek in de Correspondent. Links vindt dat de mensen die daar werken bruten zijn, een uitzet-service voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Ik wilde die mensen de kans geven om zichzelf te laten zien. Ik mocht een maand meelopen en legde hen deze maatschappelijke kritiek voor. Daar reageerden ze heel gesloten op. Toen besloot is constructievere vragen te stellen zoals ‘wat zou jij de minister adviseren om je werk beter te kunnen doen?’ En ‘Wat wil je anders doen?’ Mensen reageerden totaal anders zo zelfs dat de woordvoerder die steeds met mij meeliep verbaasd was. Mensen begonnen uitgebreid te vertellen wat ze meemaakten, bijvoorbeeld over asielzoekers die uitgezet werden en zelfmoordpogingen ondernamen. Er kwam een niet onkritisch verhaal uit, maar een verhaal waarmee mensen wat konden, aldus Smouter.

Brian van der Bol en Anniek Enthoven (Omroep West) werken deels volgens de principes van constructieve journalistiek. ‘Sommige onderwerpen lenen zich er beter voor dan andere’ aldus Van der Bol. Het publiek is het een beetje zat om steeds en alleen maar verhalen over problemen te moeten vernemen. Wij, bij Omroep West, zien het als een extra toolkit, gereedschapskist waar je uit kunt putten. Waarbij je extra vragen stelt bij een onderwerp en niet alleen twee partijen tegenover elkaar: Jantje zegt A en Pietje zegt B en de kijker of luisteraar zoek het maar uit. We proberen iets verder te gaan. Kijken naar oplossingen, niet oplossingen deponeren maar de journalist kan wel kijken wat is er mogelijk. Het publiek of de politiek kan daar vervolgens beslissingen over nemen. Er zijn ook mensen die constructieve journalistiek gewoon ‘goede’ journalistiek noemen. En dat is het. 
Anniek Enthoven (rechtbank en politieverslaggever Omroep West) geeft een voorbeeld van een reportage die op twee verschillende manieren is gemonteerd. De onderwerpen die ik maak, zo dacht ik, zijn meestal niet zo constructief: schietpartijen, verkrachtingen. Hoe ga ik dat op een constructieve wijze verslaan? Maar zoals velen heb je weinig tijd om extra dingen te doen. Maar nu ik dat sinds november vorig jaar vaker doe, gaat het bijna automatisch. In november hebben we een item gemaakt samen met een andere verslaggever over een nachtclub in Delft. We bezochten er een informatieavond. Er was veel overlast en veel klachten over die nachtclub: geluidsoverlast, kotsende mensen, ’s morgensvroeg wegrijdende auto’s. Het was de tweede informatieavond en wij dachten: er zal wel niet veel veranderd zijn. Zo’n item zou het worden. Maar het liep anders. Er waren meer mensen tevreden. Minder klachten. Onze reactie was eerst van potverdorie hebben we niks nieuws te melden. Maar we hebben een item gemaakt waarin we die omslag laten zien (klik hier voor de uitgezonden reportage). Dit is niet super constructief, maar toch waren we er trots op dat we er toch een item van hebben kunnen maken. Studenten van de Universiteit Leiden die onderzoek doen bij Omroep West naar constructieve journalistiek hebben toe gevraagd om hetzelfde item op een minder constructieve manier te monteren ( klik hier voor de vanuit de zaal opgenomen versie). Het verschil tussen beide versies is subtiel.

Een ander voorbeeld dat Enthoven aanhaalt is een rechtbankzaak over een bende in Boskoop. Een groep die daar flink te keer was gegaan: geweld, vernielingen, inbraken. Die zaak duurde 2 dagen. Normaal zou ik in de rechtbank zitten, draai dan bijvoorbeeld het requisitoir en doe er eventueel live verslag van. Deze keer dacht ik: laat ik naar de buurt gaan nu de bende anderhalf jaar gelden is opgepakt. Gaat het er beter? Bewoners zeiden: goed dat ze opgepakt zijn, maar we hebben inmiddels beter onderling contact in de buurt. Ook met politie en met de moslimgemeenschap. Toen heb ik daarover een item gemaakt in plaats van een live verslag van de uitspraak van de rechter waarvan ik wel de strafmaat in het item heb genoemd.

Een student van de Universiteit Leiden geeft korte toelichting op het onderzoek dat ze (7 studenten) doen naar constructieve journalistiek bij Omroep West om er een ‘wetenschappelijke grondslag aan te geven’. We hebben een verdeling gemaakt in het onderzoek naar de productiekant, de producties zelf en naar de publiekskant: hoe reageert het publiek. Het onderzoek naar het product gaat aan de hand van een lijstje van nieuwsberichten die online staan. Er is, volgens de student, nog niet zo heel veel theorie omdat er nog weinig onderzoek naar is gedaan. Ik heb een raamwerk gemaakt van elementen wat constructieve journalistiek is en aan welke elementen de items voldoen (inhoudsanalyse). Aan de publiekkant doen we een experiment met kinderen: hoe reageert het publiek op ‘normale’ nieuwsberichten en op constructieve journalistieke berichten. 

Lector Liesbeth Hermans (Windesheim, voorheen onderzoeker Radboud Universiteit Nijmegen). Hoe kunnen we bijdragen aan een betere journalistiek, dat is volgens mij de centrale vraag. Constructieve journalistiek is als tegenbeweging niet nieuw ook in twintigste eeuw had je daarin stromingen die alleen niet dominant zijn geweest. Er wordt nu meer over nagedacht hoe verder met de journalistiek. Journalisten zijn wat minder in beweging gekomen tot een aantal jaar geleden. Regionale omroepen en dagbladen is er meer beweging naar de binding met de regio. Als je praat met jongeren dan blijkt dat ze een ander soort verwachting hebben van wat voor hen relevant is. Ze kijken niet naar nieuws, zoals ik dat gewend ben met iedere ochtend mijn krant of ’s avonds het 8 uur Journaal. Als journalist moet je nadenken wat wil dat publiek nu eigenlijk. De professionele journalistiek wordt vaak gezien als een afstandelijke journalistiek. Jij bepaalde als journalist wat die burger wilde weten. Dat hoef je op dit moment niet meer, want de burger is prima in staat zelf zijn bronnen te zoeken. Er is verandering in de informatievoorziening gekomen. Hoe breng je in een bericht meerdere zaken in een context geplaatst. Hoe kan je diversiteit van stemmen in een bericht krijgen?
Waar komt de opkomst van constructieve journalistiek vandaan?
Het komt vanuit de journalistieke praktijk zelf. Vanuit vragen over en reflectie op de journalistieke praktijk. Het maakt gebruik van wetenschappelijk onderzoek en het bevordert de binding en betrokkenheid relevant voor de regionale context. Dat is relatief nieuw, deze benadering. Dertig jaar geleden deed Hermans onderzoek naar de journalistieke praktijk en vroeg: wat wil het publiek? En dan kwamen er antwoorden als ‘ik denk dat ze dit en dat willen.’ Maar geen niet gebaseerd op onderzoek. 
Hoe breng je nieuws? Niet uitgaan van dat burgers passief zijn. Maar zoeken naar informatie. Je hebt ook een mobiliserende rol. Zoeken naar oplossingen. Vaak gaat het over problemen waarover bericht wordt, zonder ze in een perspectief te plaatsen.

Een grootschalig onderzoek heeft Windesheim/ Radboud gedaan onder journalisten over hun beroepspraktijk. Wat vinden journalisten belangrijk: ‘het stimuleren van maatschappelijke betrokkenheid, het toevoegen van oplossingsgerichte frames en inclusiviteit en diversiteit.’ Maar in de praktijk zo blijkt, is daar weinig ruimte voor. Er is een mismatch tussen praktijk en wensen. 
Het journalistieke product bevat doorgaans nog negatieve koppen en intro’s. Institutionele en negatieve perspectieven hebben nog steeds de overhand. De focus ligt veelal op wat misgaat en geeft geen accuraat beeld van de werkelijkheid en de vox pop’s zijn redelijk populair. 
Het publiek is zo blijkt uit onderzoek is geïnteresseerd in lokaal en regionaal nieuws, maar gebruikt niet de media. Daar is winst te halen. Er is een afnemend vertrouwen in traditionele media, vooral onder jongeren. Mensen haken af bij een overload aan negatie nieuws en missen relevantie voor hun eigen situatie. Sensatie en human interest trekt aandacht, maar wordt niet verwacht van nieuws. 
 
 
Een voorbeeld van een andere benadering komt uit het onderzoek van Kleemans, 2017 (Radboud Universiteit). Een bericht over de witte neushoorn op twee verschillende manieren gepresenteerd: ‘De witte neushoorn wordt goed beschermd’ vs ‘De witte neushoorn is bijna uitgestorven’. Bij de eerste versie (groen) houden mensen er een positiever gevoel aan over, zijn meer betrokken en zijn nieuwsgieriger om meer informatie te zoeken dan bij de tweede versie. 
 

Samenvattend over de journalistieke houding: reflecteren op de bestaande routines. Minder institutioneel, en meer diversiteit. Minder informeren over problemen, meer context en mogelijke oplossingen. En verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen dat nieuws heeft op het individu en de samenleving.
Gebruik kennis uit onderzoek en focus op maatschappelijke verantwoordelijkheid. In de woorden van Hermans: ‘hoe bijdragen aan binding, betrokkenheid, relevantie, vertrouwen, depolarisatie, empowerment en welbevinden.’ 

 Karel Smouter